De vrije markt als oplossing voor de schuldencrisis (deel 1)

30. april 2010 door Goud Expert

Het herstel van de echte vrije markt is de oplossing voor de schuldencrisis. De afgelopen drie decennia is de financiële sector van een dienstverlenende bedrijfstak omgevormd tot het middelpunt van de economie. De meeste linkse politici verwijten dit aan het neo-liberalisme. De werkelijkheid is echter totaal tegengesteld. Het socialistische Keynesiaanse model met de promotie van onbeperkte overheidstekorten, het bewust creëren van inflatie, kunstmatig lage rentestanden en het stimuleren van het aangaan van schulden door consumenten is de oorzaak van de huidige schuldencrisis.

Tel hierbij op dat overheden en centrale banken in het verleden direct klaarstonden om financiële instellingen te redden die dreigden om te vallen. Dit gedrag stimuleerde de financiële instellingen om nog meer risico’s te nemen omdat men zeker was van het vangnet van de overheid.

Een van de belangrijkste onderliggende factoren van de huidige schuldencrisis is de monetaire inflatie politiek zoals deze onder andere door de econoom John Maynard Keynes is ontwikkeld. Kort samengevat komt het erop neer dat overheidstekorten er niet toe doen en dat de centrale banken continu geld moeten creëren om de economie aan te jagen. In dit eerste deel zullen we nader ingaan op het fenomeen inflatie vanuit een Austrian Economics perspectief. Een van de belangrijkste economen van deze stroming was Ludwig von Mises.

Wat is inflatie eigenlijk?

Inflatie is de expansie van de hoeveelheid geld in omloop in een economie. Het effect van inflatie is een algehele prijsstijging van alle producten en diensten. Deze prijsstijging vindt echter niet gelijktijdig plaats. De groepen die als eerste de beschikking krijgen over het nieuw gecreëerde geld hebben het meeste baat bij de expansie van de geldhoeveelheid. De rest van de economie is zich hier namelijk nog niet van bewust en blijft handelen tegen het prijsniveau van voor de expansie. Het extra geld creëert extra vraag naar bepaalde producten en diensten waardoor deze in prijs stijgen (eenvoudig vraag en aanbod principe), deze prijsstijgingen hebben vervolgens weer invloed op de andere prijzen in het economisch verkeer. Door de prijsstijging van bepaalde producten, zijn consumenten niet in staat bepaalde andere producten te kopen, de vraag naar die producten neemt af waardoor ook de prijs zal dalen. Na enige tijd is er een nieuw evenwicht van prijzen ontstaan. Dit nieuwe evenwicht is echter niet identiek als van voor de inflatie. Sommige producten zijn duurder geworden en andere producten zijn goedkoper geworden. Bepaalde groepen in de samenleving hebben voordeel gehad van de inflatie en voor andere groepen heeft de inflatie een nadelig effect.

Wie creëert inflatie?

In onze economieën wordt inflatie gecreëerd door de centrale banken en overheden (zij hebben het monopolie op het creëren van geld). Als een burger nieuw geld zou creëren dan is dit een misdrijf waarvoor hij wordt veroordeeld. Als de overheid echter hetzelfde doet dan is dit monetair beleid. Het nieuw gecreëerde geld wordt als eerste beschikbaar gesteld aan de bankensector die er enerzijds nieuwe leningen van uitgeeft en anderzijds het nieuw gecreëerde geld gebruikt om staatsleningen van te kopen. Een voordelige situatie dus voor zowel overheden als de banken. De overheden financieren met het nieuwe geld voordelig hun overheidstekorten de banken krijgen als eerste de beschikking over het nieuwe gecreëerde geld en kunnen hiermee extra winsten boeken.

Wie profiteert er van inflatie?

Vanuit een persoonlijk standpunt is het goed als een individu meer geld tot zijn beschikking krijgt. Als individu is hij dan rijker ten opzichte van anderen. Als echter iedereen meer geld tot zijn beschikking krijgt is het enige effect dat gemiddeld genomen de prijzen stijgen. Of anders gezegd: de koopkracht per eenheid geld daalt. Iedere euro levert minder koopkracht dan voor de inflatie. De huidige generatie economen wil ons doen geloven dat het goed is voor de economie als er constante inflatie is. Deze bewust gecreëerde inflatie laat bepaalde groepen profiteren ten koste van de rest. Voornamelijk overheden, banken en iedereen die veel schulden heeft profiteert van inflatie. Ten opzichte van het gemiddelde prijsniveau wordt een schuld relatief steeds minder waard. Iedereen die spaart heeft nadeel van inflatie, zijn spaargeld wordt minder waard. De grootste groepen spaarders in de economie is iedereen die voor zijn pensioen spaart. De structurele inflatie heeft als gevolg dat het voor pensioengerechtigden vrijwel onmogelijk is om een pensioen op te bouwen dat een waarde vaste koopkracht biedt.
Inflatie stimuleert dus het aangaan en opbouwen van schulden. Een bijkomend effect is dat consumenten hun geld sneller uitgeven (omdat ze weten dat het minder waard wordt) en minder bereid zijn tot sparen. Dit heeft op de korte termijn een groei van de economie tot gevolg heeft. De keerzijde is echter dat er meer schulden worden opgebouwd die moeten worden afbetaald inclusief rente. Inflatie is op deze manier een van de belangrijkste factoren van de schuldenberg die is ontstaan. Zowel overheden, banken, bedrijven en consumenten hebben de afgelopen 30 jaar enorme schulden opgebouwd. Deze kunnen uiteindelijke niet meer betaald en moeten worden afgeschreven. Dit noemen we een schuldencrisis.

Misvattingen over inflatie

Politici en centrale bankiers schermen vaak met het argument dat inflatie wordt veroorzaakt door producenten die de prijs van hun producten verhogen en dat zij vechten tegen deze schadelijke praktijken van de producenten. Deze redenering is niet logisch. Als de totale geldhoeveelheid hetzelfde blijft en producenten verhogen de prijs van hun producten dan reageren de consumenten hierop door of een vervangend product te kopen of zij kopen minder andere producten en diensten. Dus of de producenten die hun prijs teveel verhogen gaan failliet of andere producten en diensten zullen in prijs dalen omdat daar minder vraag naar is. Met een gelijkblijvende geldhoeveelheid is het niet mogelijk dat ALLE prijzen stijgen. Alleen als er bewust meer geld wordt gecreëerd dan onstaat deze situatie.  De politici en overheden die bewust de geldhoeveelheid willen doen

De vrije markt als oplossing

Het is dus niet vreemd dat overheden en banken elkaar nodig hebben om de huidige status-quo in stand te houden. Daarom waren overheden er ook direct bij om de banken te redden tijdens het begin van de financiële crisis. Beter was het geweest als de banken die teveel risico hadden genomen, failliet waren gegaan waardoor duidelijk werd dat teveel risico nemen niet verstandig is en dit heeft automatisch een dempend effect op alle andere financiële instellingen. Ook consumenten (die deels werden gered door het deposito garantie stelsel) worden dan gedwongen bewust op de risico’s te letten aan wie ze hun spaargeld toevertrouwen.  De vrije markt zorgt dan automatisch voor een gezonde situatie en voorkomt het ontstaan van een schuldencrisis.

Austrian Economics, Economie, Inflatie , , ,

Reacties zijn gesloten